Stilstand is vooruitgang

De tijd is mijn lichaam nu. Hier rekt het zich uit
als na een korte meditatie: langer kan het niet.
In die houding sta ik stil.

Pezen trekken, slierten kauwgum vlak
voor ze loslaten. Spieren spannen zich aan
lappen momentum aan hun laars. Botten
kraken en elk gewricht in mij kent zijn taken.

Zo moet dit straks nu eenmaal zijn gegaan –
niet gapen, van slag raken, me dik maken –
dan pas is daarstraks niet helemaal voor niets
geweest wat het was, waar de waarheid lag.

Het laatste wat ik nastreef is gemiddelden
of toegeven hoe alomvattend ik faal, laat staan
beseffen dat het is als met de analyse van proza.

De tijd die mijn lichaam is geworden deel ik niet op
in leeftijd en geleefde tijd zodat de logica leidt
tot een getal en abnormaal onleesbaar boek
dat geen hond koopt, de ramsj overslaat

en opgestapeld eindigt in de kruipruimte
van het verhaal. Daar zal het zich vergeten
weten, tot zelfs dat is vergaan. Ontspannen
zie ik de nutteloosheid van mezelf beslaan.

Back to Top