dichter, schrijver, blogger

Jelmer van Lenteren

Jelmer weet van wanten dat hij liever handschoenen draagt.

Of het nu leuk was samen –

Of het nu leuk was samen –
we reden indertijd naar Vlaanderen.
Maar ook in België bestond eenrichtingsverkeer.

Ik had met jou eenrichtingsverkering.
Ik hield van jou en jij
hield ook van jou.

’t Was een simpele relatie zo.
Ik streelde jou, of jij streelde
jou en ik mocht kijken.

We vonden je zo lief.

We konden zo genieten
van jouw verhalen. Jij vertelde
En we luisterden met z’n beiden.

Er vielen zelfden stiltes.
Maar als ze vielen
zei ik snel ik hou van jou!

En jij zei dan: ja joh, stil nou maar
dat weet ik wel.

Grappig, lachwekkend, hilarisch

Alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt dankzij, door of met mijn ogen, de gesprekken die ervan kwamen, over gingen, de eeuwige zelfspot die ik hoog houd tot het bittere eind en mijn levensmotto mijn echte vrienden maken grappen over mijn slechtziendheid, hoe beter of harder de grap des te hechter de vriendschap – het is te veel om te onthouden, op te noemen of te schrijven, maar ik ga een kleine greep doen.

Tijdens een routineuze test voor kinderen met een onduidelijke diagnose maar overduidelijk slecht zicht, moest ik een gradiënt leggen. Het waren in mijn herinnering echt heel erg veel blokjes in een volgens mij helemaal niet zo’n uiteenlopend tintenspectrum. Ik was vrij snel (zoals met alles) en de vrouw die de test afnam vroeg ‘Meen je dit echt?’. Dus ik zei heel trots ‘Ja!’, volledig in de veronderstelling dat ze onder de indruk was. Ze begon te lachen en zei dat ze zelden een kind zo’n kunstwerk had zien maken. Ik was nog steeds trots, tot ze zei ‘De begin- en eindtint liggen goed maar dat lagen ze al. Van de rest klopt helemaal niks.’
Achteraf kan ik erom lachen. Ik wist toen niet eens dat ik volledig kleurenblind was.

Speaking of which, daar kwam ik pas achter nadat ik in het filmhuis een moeilijke film gezien had, ik denk in de sneak preview. Nadien zei iemand dat het vooral mooi was dat het helemaal in zwart-wit geschoten was. ‘Nee joh,’ zei ik. Maar het bleek wel zo te zijn. Het was alleen in zo’n realistisch contrastfilter geschoten dat het voor mij gewoon een kleurenfilm was geweest.

Soms vraag ik van een kledingstuk van iemand of van mezelf ‘Is dit nou blauw?’ en dan krijg ik vaak te horen dat dat juist grijs is. Dan zeg ik maar dat dat de grijstint is waarin ik kennelijk blauw zie.

Toen Sinterklaas nog bestond voor mij maar niet meer voor mijn zus, klopte op vijf december als afleidingsmanoeuvre de buurman op de schuifpui van de huiskamer. Hij gooide twee handen pepernoten naar binnen en maakte zich uit de voeten. Mijn zus en ik liepen naar de deur en zij zei ‘Ik zag Zwarte Piet zijn veer nog!’ Ik zei dat ik dat ook gezien had. Later zei ze dat ik toen al een leugenaar was.

Ik liep een keer een hele dag in een klerencombinatie die volgens mijn toenmalige vriendin echt meer dan afschuwelijk was. Ze zei het toen ze me ‘s avonds zag.

Paardrijden is fijn.

Flauwe grappen zijn vaak een variant op ‘Ja ja, jij!’ nadat ik gezegd heb dat ik nog wel zal kijken of iemand ga zien. Een goede grap heeft toch echt met timing te maken. Toen ik op een Roaring Twenties-feestje was zei mijn huisgenoot dat het voor mij echt klopte, omdat alles zwart-wit was voor me.

Ik krijg korting bij de Efteling.

Ik mag altijd gratis een begeleider meenemen in de trein, tram, metro, bus en op sommige veerdiensten.

Als ik assistentie aanvraag op vliegvelden word ik rondgereden en krijg ik iemand die heel de tijd bij me blijft tot ik overgedragen word aan mijn persoonlijke steward(ess) die me dan vaak ook weer overlevert aan wie me ophaalt of een vliegveldhulpje elders, tot ik de wijde wereld zelf in moet.

De laatste keer dat ik overtuigd was dat ik kon fietsen reed ik vol een Heras-hek in omdat ik niet had gezien dat heel de straat was afgezet.

Ik hoor tien keer beter dan iedereen. Ik kan een gesprek voeren en meeluisteren met soms wel twee of drie gesprekken om me heen. Soms praat ik tien minuten met iemand, draai ik me naar rechts en zeg ik ‘Jullie hadden het net toch over [onderwerp]?’ en dan krijg ik steevast de reactie dat het niet kan dat ik dat weet; ik zat toch zelf te praten en dat was meer dan vijf minuten geleden?

Ik voel beter.

Ik hoor aan mensen hun stem of ze iets mensen en als ik hun gezicht niet zie weet ik dat ze wel of niet (glim)lachen. Als je iets op de grond gooit of laat vallen, weet ik negen van de tien keer direct waar het ligt. Zonder te kijken.

Ik kan beter joints draaien in het pikkedonker dan in het licht omdat ik dan niet eens hoef te proberen het te zien en wanneer ik kijk verpest ik ‘t vaak.

Het komt wel goed.

‘There are two kinds of music. Good music, and the other kind’

Citaat van Duke Ellington

In de wereldgeschiedenis zijn dingen gebeurd die lange tijd zijn of nog steeds worden ontkend. Ik hoef hier geen voorbeelden van te geven, als je niet weet waar ik het over heb, ben je of een ontkenner, of gewoon niet zo bezig met die dingen. Beide keur ik niet af. Ik keur sowieso helemaal niks af in dit stuk. Een Frans Bauer-fan is ook een muziekkenner, namelijk de muziek van Frans Bauer-kenner. Of dat kwaliteit herkennen is of dat diegene zich überhaupt een muziekkenner mag noemen in een bredere zin van het woord, laat ik in het midden.

Erik van Geer, een muzikant die ik zeer waardeer en waar ik graag mee mag praten, over muziek, vegetarisch/veganistisch eten, vriendschap, het leven, vroeg me laatst:

‘Als er muziekkenners zijn, zijn er dan ook muziekontkenners?’ 

Met die vraag heb ik een tijd rondgelopen. Mijn mening was eerst: een muziekontkenner is niet het antoniem van muziekkenner. Een muziekkenner kent muziek, een muziekontkenner doet alsof het (deels) niet bestaat. Een beter antoniem van muziekkenner zou zijn een dove – al voelen zij de trillingen nog – of een persoon met anhedonie, dus wanneer iemand geen cent vreugde ervaart aan muziek beluisteren of maken. Zelfs anhedonie duidt nog niet op gebrek aan muziekkennis. Je moet toch minstens weten waar je niet van houdt, voor je kunt beseffen dat je het niet doet.

Toch bleef de vraag in me rondzingen. Ik wil deze dan ook in vier categorieën bespreken.

1. Politiek

Muziek ontkennen op politiek vlak kan breed en specifiek. Er zijn ultralinkse bands die naast een hoop mijns inziens terechte teksten en op een goede manier van alles aan de kaak stellen, komen met nummers als Geert Wilders, Krijg De Tering maar er zijn ook rechtse lui die nog altijd de SS-marsen graag, maar natuurlijk geniepig stiekem, zingen. Anti-fa links, Pagida rechts. Zij ontkennen niet per se elkaars muziek, als wel het gedachtegoed van de ander. Niks mis mee, lijkt me, zolang het muzikaal blijft. Helaas hebben de mensen met de grootste bek, de ‘slimste’ hersenen om zich heen en een podium vlug een achterban en dan krijg je praktijken die je liever nooit had zien gebeuren, laat staan herhaald zien worden. Zolang Mein Kampf in veel landen verboden blijft, lijkt het me geen gek idee dat bepaalde muziek ook onder de loep genomen mag worden. Laat ik het zo zeggen: Mein Kampf mag gewoon weer verkocht worden, want SS-marsen mogen ook gezongen worden en zijn goed vindbaar op YouTube en elders. Of verbiedt Mein Kampf, de muziek en pak dan ook de linkse ‘punkers’ aan. Dat laatste is het meest onwenselijke ooit, want onder velen meer hebben Allen Ginsberg en Reve niet voor niks van alles aan de kaak gesteld.

2. Smaak

Over smaak valt niet te twisten. Nou echt wel. Als je kijkt naar TROS Muziekfeest op het Plein, begin je je toch af te vragen of IS daar geen aanslag pleegt omdat ze simpelweg die mensen niet als bedreiging zien, of omdat ze de weldenkende mensen het leven extra zuur willen maken. Ik ontken de kwaliteit ervan, maar ik erken dat er veel mensen met het syndroom van down of een IQ hoog genoeg om te kwijlen en mee te zingen tegelijk kennelijk uit alle hoeken en gaten getrokken kunnen worden om zo’n plein vol te krijgen. Vreselijk, maar waar.

3. Wetenschappelijk

Wat kun je wetenschappelijk over muziek zeggen. Ik ben geen theoreticus. Wat ik weet, is dat als je ook maar iets van muziek weet (en ik weet er heus wat van) dan kun je John Cage prima waarderen. Goed, erg experimenteel en een gigantisch statement, maar soit. Ik houd van zeer zware, heftige, melancholische vaak zelfs onbegrijpelijke muziek. Mijn persoonlijke grens zit rond de freejazz, maar ik keur het niet af. Het doet niks fout en er zijn genoeg mensen die er volledig op in kunnen gaan.

4. Persoonlijk

Persoonlijk ontken ik geen muziek. Zoals alles poëzie is, is alles muziek. Poëzie is muziek, muziek is poëzie. Muziek is een taal. Die kun je niet ontkennen. Of het nu zorgt voor rellen, moorden, in de hens gevlogen kerken, een miljoen verbrande ponden, liefde, vereniging, doding van de tijd in de file of gewoon een lekker achtergrondgeluid op zondagmiddag: muziek is goed. Muziek moet.

Interview/recencie Het Gloren – Overvloed

OVERVLOED

Onlangs bracht Floris Schrama, als artiest onder de naam Het Gloren (en voor zijn muzikanten/band voor tijdens de optredens en de opname van de plaat de toevoeging De Serviërs koos), Overvloed uit.

MAGISTRAAL

De plaat is magistraal. Dat zeg ik niet omdat ik van Floris houd als mens. Dat doe ik namelijk. In mijn ogen is hij een voorbeeld van hoe mensen het liefste allemaal zouden zijn, zonder dat ik bang wordt dat het dan saai zou worden. Floris als mens is zacht, eerlijk, grappig, behulpzaam, dankbaar en een ontzettend mooie kerel. Maar dat ik zeg dat de plaat magistraal is, zeg ik omdat ik de plaat magistraal vind. Dat kan, echt.

IN ÉÉN ADEM MET…

Een mens kennen achter de muziek is mooi meegenomen, maar Overvloed is wat mij betreft zo in één adem te noemen met wat er recent verder op Nederlandstalig gebied uitkwam (ik vergelijk niet meer, al vond ik Het Gloren – Glorie 123 wel erg Spinvis): Spinvis met Trein Vuur Dageraad, Eefje de Visser met Nachtlicht en Lucky Fonz III met In Je Nakie. Ik vergeet vast een boel, maar het hoeft ook niet te overvloedig te worden.

DE PLAAT DAN

Daar wil ik kort over zijn, want die moet je gewoon luisteren. Floris zingt ‘zo prachtig over liefde, over de zon en over de zoute zee’. Maar hij zet hard in met opener Overvloed. Niet misselijk, tekstueel schuwt hij geen kots, geen bloed, geen stront, maar meteen is Moeder Aarde daar en die maakt veel schoon, goed en mooi. Dat kan Floris zo goed, die tegenstrijdigheid, die paradox, inzetten met een nummer waar je zowel door het volume als de tekst niet meteen weet of je de plaat wel wil luisteren – ik ben eerlijk -, met een mondharmonicasolo waar je je bijna aan ergert. Maar je laat het toch op staan, want het is godvergeten goed. De rest van de plaat ga ik niet nummer voor nummer aflopen. Laat me je plagen door te zeggen dat Volgt De Tijd meteen heel veel goed maakt en je oren alweer streelt zoals Floris dat ook kan. Hij stelt je gerust, maar verwart je ook. ‘Het is zonde om te wachten op de tijd’.
De rest is voor jullie om naar te luisteren.

FLORIS IN HET KLOOSTER

Ook erg mooi en ontroerend om dit te zien vind ik: dit!

INTERVIEW

Ik heb naast de grote eer Floris te mogen kennen, ook het genot gehad hem te mogen interviewen. Ik heb niet geëdit, want dat vind ik voor mensen zonder moraal.

1. Je plaat heet Overvloed, in zekere zin wordt het vaak gezien als zonde om in overvloed te leven. Hoe vind jij dat de teksten en de plaat als geheel zich verhouden tot het fenomeen overvloed?

We leven roekeloos, vinden verworvenheden, gemakken vanzelfsprekend die eigenlijk best absurd zijn. Die we onszelf hebben goedgepraat. Een woord als vooruitgang staat mij steeds minder aan. Er is een natuurlijke snelheid van leven die we lijken te negeren. Tegelijkertijd rommel ik met de gedachten dat ook mensen de natuur zijn en dat het niet per se erg of slecht is dat dingen verdwijnen of veranderen. Dingen gaan zoals ze gaan.

2. De tijd is een heel belangrijk thema in je nummers. Heb je lang nagedacht of onderzoek gedaan naar wat voor jou tijd betekent? En zo ja, wat betekent tijd voor jou nu echt?

Ja de tijd. De dood. Het leven. Wanneer ben je jong, wanneer ben je oud. Is het eigenlijk erg om dood te gaan. Daar loop ik ook wat mee te rommelen. Je zou kunnen zeggen dat mijn uitkomst is dat het mooi is hoe de natuur in elkaar zit en dat we ons daar veel meer in zouden moeten berusten. Of dat in ieder geval ik mij daar veel meer in zou willen kunnen berusten. Neem bijvoorbeeld laten we zeggen een bloem; hij komt op, bloeit, verwelkt. Vervolgens komt er weer een nieuwe bloem op. Dat is naar mijn idee volmaakte schoonheid.

3. Als je vindt dat je engagement in je plaat hebt gestoken, hoe zou je die dan naar binnen (dus jezelf, de mensen) en naar buiten (de wereld, de aarde) toe omschrijven?

Engagement. Poeh! In dit album zit wel een boodschap verstopt, ja, die ik graag wil uitdragen. Vaak ogenschijnlijk lichtvoetig, soms een beetje bozig. Ik wil eigenlijk de schoonheid van hoe alles al in elkaar zit laten zien. Zie ook eigenlijk mijn bovenstaande antwoorden.  

4. Wil je met Overvloed iets zeggen wat je met Glorie 123 (nog) niet zei?

In Overvloed heb ik meer grip om mijn teksten. Glorie 123 was (nog) abstracter, wat ik ook mooi vind, maar soms wist ik zelf ook niet echt wat ik bedoelde. Glorie 123 was meer een gevoelsmatig album qua teksten, nu heb ik daar meer grip op. Overigens vind ik een zekere abstractie fijn om mee te werken. Niets is zwart/wit in mijn ogen, alles is perceptie. Ik vind het mooi om ruimte voor interpretatie over te laten. Overigens is het thema van ‘berusting’ ook al wel in Glorie 123 aanwezig.

5. Je hebt heel veel nevengebeuren om je plaat heen zitten. De livevideo, de clip(s?), je release zal een festivalletje zijn, is dit omdat het voelt dat je er meer mee wil en/of kan doen dan alleen de muziek voor zichzelf laten spreken?

Ja. Ik weet dat ik voor de rest van mijn leven liedjes zal blijven maken. ik heb dit al vanaf toen ik heel klein was. Het lijkt me mooi om om de zoveel tijd een album uit te blijven geven. Met dat in mijn achterhoofd en het feit dat ik al van mijn creaties leef, wilde ik muziek en het maken van liedjes in het bijzonder, meer in mijn leven betrekken. Er meer voor uitkomen, etaleren. Dat deed ik voorheen niet. Met dit album probeer ik dat op mijn eigen manier wel te doen.

6. Hoe heeft je grafisch ontwerper-zijn bijgedragen aan het proces, het ontstaan, de uitvoering en het resultaat van de plaat?

Wat ik probeer, en wat ik heel mooi vind om te doen, is dat alles wat ik maak in dit project, of het nu een filmpje is, een poster, de hoes, de liedjes of straks de aankleding van de zaal, de beleving, hetzelfde verhaal vertelt. Of op mijn manier dan.

7. Waarop ben je het meest trots?

Uhmmm poeh! Dat weet ik nog niet. Ik vind het moeilijk om de liedjes zelf nog te beluisteren. het meest trots.. Nou, ik ben op zich trots dat ik dit nu eens op deze manier doe. Het was/is een grote stap om mezelf zo in de schijnwerper te zetten, dat heb ik nog nooit gedaan.

<3

http://www.florisschrama.nl/hetgloren/
https://open.spotify.com/album/3MWs3lGCEzPRJleG2SNveW
https://hetgloren.bandcamp.com/
https://www.facebook.com/hetgloren/
https://www.instagram.com/hetgloren/

Vissersvrouw

Ode aan Slauerhoff

Ik had me naar dit volk gejaagd
was aan de randste rand gaan zitten
een muurtje, stenen, zeeschuimkraag

een vrouw die daar te vissen zat
bood me graag wat hulp
tweeledig: dronk mijn whisky leeg
en stuurde me naar huis terug

want na regen komt meer regen–
en straks wordt het nog vloed

er voer een schip voorbij
en ik ervaarde
hoe ik haar sporen achterliet
zoals een varen doet

Back to Top