Nu het nog kan

De muziek binnen is niet goed genoeg om bij te gaan staan zweten en staat te hard om met elkaar te praten. Door een samenloop van toevalligheden is er een groep ontstaan. Sommige mensen spraken met elkaar af hierheen te gaan, een aantal is bij toeval voorbij komen lopen en een enkeling kwam alleen.

Ik ben op een afstandje van het gelach, gerook en discussiëren gaan staan. Ik overzie de hele groep, waarbinnen zich weer kleinere groepjes hebben gevormd en die toch eenheid uitstraalt. Ik geniet ervan al deze mensen te zien genieten. Mensen waarvan de meeste goede bekenden van me zijn, een paar goeie vrienden en de rest vanavond op mijn pad zijn gekomen.

Een jongen die ik al een tijdje niet meer heb gesproken, heeft me ooit een heel mooi antwoord gegeven toen ik hem vroeg waarom hij nooit deelnam aan de gesprekken die werden gevoerd aan de bar waaraan we allebei heel wat uren hebben gezeten en gesleten in ons leven. Hij zei

‘Kijk, het is niet dat ik het niet interessant vind of geen mening heb of nooit sociaal wil zijn maar als ik hier binnenkom, ga ik gewoon het allerliefste met een biertje en mijn sigaretten aan de verste kant van de bar zitten, de donkere hoek waar niemand langs hoeft omdat het er doodloopt. Daar ga ik dan eens goed in me opnemen hoe iedereen op zijn of haar eigen manier aanwezig is. Ik neem waar dat er gelachen wordt, zie blije gezichten en soms juist boze of verdrietige. Het is oké. Ik geniet ervan te kijken naar hoe anderen genieten. Ik noem het bar-meditatie.’

Nikki komt naast me staan. Ze zwijgt. We zwijgen samen. Tot ik zeg:
‘Deze manier van observeren heb ik denk ik nog nooit toegepast. Ik ken hem van een vroegere vriend. Normaal maak ik deel uit van de groep, sta ik met iemand woordgrappen te tappen, luister ik naar iemand, troost ik of word ik getroost of giechel ik volgens veel mensen als een meisje.’

Ze blijft stil. Kijkt me aan. Ik voel dat ik door mag vertellen.
‘Ik kan een lijst van duizend dingen maken die ik nog wil doen voor ik blind ben. Dat heb ik niet gedaan en ga ik ook zeker laten. Zomaar plots beseffen dat je naar een groepje staat te kijken, te genieten van iedereens genieten, daar kan geen geplande reis, parachutesprong of wat dan ook maar tegenop. Het gaat denk ik niet om wat ik gemist heb en niet over wat ik uiteindelijk voorgoed zal hebben gemist. Het gaat mij erom dat iets me kan verwonderen. Als ik blind ben zal dat natuurlijk geen foto of film meer zijn. Maar wat blijft, blijft. De muziek, de vogels, de wind, het lekkere eten, de mensen die er voor me willen zijn. De mensen waar ik voor wil blijven zorgen. ‘

Nikki geeft me een knuffel. Ze zegt:
‘Het is heel mooi om te ervaren hoe sterk je bent. Dat je van je zwakte je krachten maakt. Hoe je de dingen uitlegt en ziet.’

Ik bedank haar met een knuffel, en zeg
‘En wat ik zal blijven zien. Want om te zien, zijn ogen maar een heel klein onderdeel van het geheel waarmee je het kan en doet.’

Het is fijn, vind ik, om de mij die ik hier nu sta te zijn zo af en toe te zijn.

Back to Top