Mitch Henriquez

(naar Martinus Benders)

Er vonden veel van niet, velen juist van wel.
Onwel of niet, de rechter had vier keer water nodig
om zijn laffe, gespannen, haast hoopvolle vonnis
door zijn strot te krijgen. De strot, als thema in dezen

al zo hot. Waar Du Pon het nodig vond te spreken
alsof het tegen een klas peuters was, wij voelden ons
Jippen en Jannekes, de kort gefilmde officieren
van justitie leken hond Takkie en poes Siepie.

Sterk theater, veel gebakken lucht, weinig raak:
Du Pon wist gebeurtenis, gevolgen en meer
zeker drie keer te benoemen. Het falen?

Niet in zijn verschillende verhalen, misschien
in het vonnis zelf nog niet per se. De beraadslaging?

Daar kunnen we niks mee. Ik moet bekennen:

Jan Willem is een zeer bedreven en ervaren oplichter.
Hij deed de goede luisteraar denken, geloven, weten
dat het goed zou komen. Noemde dan heel even
de bijzondere omstandigheden. Een keer of twee.

Dat was voldoende. Een agent kan schuldig zijn
en zelfs bevonden worden aan ernstige mishandeling
met de dood als gevolg. Van samenwerking tussen DH2

en DH1 was sprake, aldus Du Pon. Medeplichtigheid
en reden voor straf. Maar dan… hoe laf? De straf?

Een half jaar voorwaardelijk met proeftijd.
Slechts een jaar. Ook wij hebben een eis:

De gifbeker voor ons lieve wijf Justitia.
Dat hij nooit zou eindigen, de strijd
dat leek ons meer dan logisch.

En toch, hoe jammer is het, hoe pijnlijk
hoe ziek ook dat ons rechtssysteem
zich met dit vonnis niet alleen heeft
onderuitgehaald.

We zitten in zijn kielzog. Bij dezen
verklaar ik op hoogstpersoonlijke titel
aan De Rechtspraak de oorlog.

Back to Top