Uit je vel

‘Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog ’t meest:’

Het is heel secuur met seconden omgaan in een wereld waar een groep van zestig meer zijn geworden dan een doodgewone minuut. Het is de limiet, de max. Voor velen ver voorbij acceptabel en voor nog weer een groot aantal verreweg te lang. Aandacht vervliegt, stijgt op, verdampt, zakt met de moed mee in de schoenen, door de grond, vlucht, schuilt, vervreemdt van al wat het eens was en raakt geheel existentieel aan wat het eens zelf was, maar met een gracht, een kloof ertussen. Niet te overbruggen.

Echter, wees niet bang! Zolang as tot as vergaan zal en stof onherroepelijk stof zal blijven worden, is er tussen elk geluid precies de juiste stilte. Slaat de klok je erdoorheen. Neemt de zon je mee. Legt de maan je aan de oceanen uit. Leert wat levenloos is hoe je blijven kan.

Tijd is het construct dat lijkt te zijn ontstaan ter obstructie van waar voorheen tot ver voorbij oneindig meer van was: leegte. Tijd, tot erin gemeten, het geweten werd, voor het overwoekerde als maatstaf, machtsmiddel voor en leidde tot straf. Tijd is de weg kwijt. Bloem schreef over het niet te verzoenen leven. Stelde: dit is ten einde wellicht nog ’t meest

‘Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest’

Het is een wonder dat wonderen nog steeds bestaan. Niks wordt je opgedragen, rechten en plichten schieten aan hun doel voorbij. En als het gewoon kon stoppen, maar dat kan het niet. Of wanneer het langer duren mag en altijd, plagerig, halt houdt.

Neem een glas, snaren, zang, vel. Doe niets. Blijf jong en warm. Oud komt vanzelf en koud volgt automatisch.

X

Eén van de eerste dingen die X vertelde was dat ze op haar twaalfde het contact met haar vader verbrak. Tijdens een andere gelegenheid citeerde ze haar moeder:
‘Mensen met een uitkering krijgen veel te veel geld. Ze hebben allemaal een tv en vaak zelfs een auto.’
X zei het niet per sé met haar eens te zijn. Of het verbroken contact met haar vader verband hield met de scheiding van haar ouders, bleef onduidelijk.

X was net een paar weken geleden ‘uit de kast’ gekomen bij haar gehele familie, dus een plotse, op het oog toch heteroseksuele relatie kwam haar bijzonder slecht uit, qua timing.
Dit was voor X afdoende iedereen in het ongewisse te laten over de relatie. Niet voor even of tot het haar uitkwam het er eens met haar moeder, broertje en zusje, en later de rest van wie ze had verteld lesbisch te zijn over te hebben. Nee. X hield de relatie geheim. Tot op de dag van vandaag heeft ze er geen familie- of gezinslid over in vertrouwen genomen.

Aparte gewoontes, dat was op z’n zachtst gezegd wat X erop na hield. Zo maakte ze webcamfoto’s van wanneer ze aan het huilen was – hele series had ze, computermappen vol. Als het op het droog houden aankwam, verloor X het van praktisch iedereen.
Later bleken veel van die tranen verspild vocht, meestal opgewekt en voortvloeiend uit geveinsd verdriet.

Uiteindelijk heeft X nooit een duidelijke of plausibele reden gegeven voor de breuk met haar vader. Enkel dat het niet met mishandeling of erger te maken had, wilde ze erover loslaten wanneer een situatie zich voordeed dat er naar details werd doorgevraagd.
Een vriend van X zei eens:
‘Ze geilt op drama. Eerst creëert ze het, daarna lijkt ze erin te slagen te vergeten dat zij de aanstichter is om vervolgens de gebeten hond te spelen, en te blijven spelen uitentreuren.’
Het zou niemand verbazen moest X als twaalfjarig meisje ook al zo zijn geweest…

In het begin deed X zich voor als zeer zorgzaam type. Ze kookte. Weliswaar alleen maar diepvriesgroenten met rijst of aardappelen. Toch, ze kookte. Voor een vegetariër was echter geen ruimte. Er zat kip in de blikken soep, of balletjes en de door haar van tevoren gevulde borden waren voorzien van gebakken spekjes. Ongevraagd verwerkte ze gehakt door de aardappelpuree. Van respect voor vegetarisch eten was geen sprake.
Eén van de weinige pluspunten aan X was dat ze zelf niet veeleisend was op eet- of drinkgebied. Wat dat weer meer dan opheft, was haar scala aan verwachtingen en niet zelden irreële verlangens van de mensen om haar heen.

X droeg harembroeken, felgekleurde rokken of soms simpele jeans met daarboven witte shirtjes, casual truien en vesten. Van make up hield ze niet. Althans, in het begin. Later moest er vaak dieprode lippenstift worden aangebracht. Op de kritiek dat dat haar gezicht vreselijk bleek maakte, leek ze vooral dankbaar te reageren.
Ze scheerde haar oksel- en schaamhaar niet, omdat dat juist in deze tijd tegendraads was. Met haar dachten heel veel meisjes er zo over. Terecht, natuurlijk. Tegendraads? Mwah.

Jaren later, lang na de relatie gaf ze gehoor aan het verzoek een groot deel van de spullen die ze had gehouden terug te moeten geven. Tijdens het korte bezoek viel vooral haar zwarte, jarenzeventigachtige broekpak op. Bijna chic. Ietwat misplaatst. Afgrijselijk lelijk.
X was ongemakkelijk, stelde zich niet voor, brabbelde wat over de spullen die nat waren geworden en in de kelder hadden gestaan.
Het leek haar allemaal niet snel genoeg afgehandeld te kunnen zijn.

Toen het nog leuk was, of leek, voelde zo je wil, brandde X aan de lopende band wierook, zette continu thee en bepaalde de muziek. Ze werd er onhebbelijk van na twee seconden te horen te krijgen welk liedje of album van welke artiest ze aan had gezet. Voor haar leek muzieksmaak en zeker muziekkennis een competitie.
Een competitie die ze glorieus verloor. Geheel tegen dat wat ze tot voor die tijd gewend was in.

Zelfs tijdens de hele situatie met dat teruggeven van de spullen werd het weer kraakhelder hoeveel X om zichzelf en haar eigen verdriet en zielig gevonden worden gaf; ondanks de toezegging alles terug te geven – naast een door haar nooit aangeraakte platenspeler en een mengpaneel vooral heel veel platen – bleek algauw dat ze evenveel platen gehouden als teruggegeven had.
Er moest nog een afspraak komen. In de mailconversatie daarover viel X melodramatisch en lachwekkend hard door de mand. Niet alleen waren haar e-mails tegenstrijdig met eerdere e-mails of uitspraken in het echt, zelfs binnen haar reacties zaten paradoxale, zichzelf volledig tegensprekende zinnen die vooral gingen over aan de ene kant haar emoties en aan de andere kant haar emoties.

‘X geilt op drama.’

Toen het eindelijk gelukt was haar zover te krijgen dat ze écht alles terug zou geven (op voorwaarde dat ze voorgoed met rust gelaten zou worden en zij eenmaal een tijdstip en locatie zou noemen waarop het moest geschieden of anders was het pech) leek ze niet door te hebben hoe verlossend haar ‘eis’ voor altijd met rust gelaten te worden overkwam.
De tijd en locatie waren de dag na haar toezegging en waren zeer specifiek. Een drugsdeal was er niks bij.

X en haar nieuwe vriendinnetje zwaaiden vanaf de plek waar ze een bijna volle verhuisdoos en een niet eerder teruggegeven, ook gevuld platenkoffertje hadden neergezet.
Op de hoek bij een boom.

Ze maakten zich uit de voeten toen duidelijk werd dat ze waren gezien. Laf, schijnheilig, smerig en onmenselijk was de actie.
Vier woorden die X perfect omschrijven.

Oneliner

Ze zeggen: goeie speed is nat wat geel, droog behoorlijk wit, maar aan het einde van de lijn of rit, als je maand- zo niet jaren op een aantal grammen waar de meesten maandenlang van doen zit, blijkt het spul zo in en inktzwart, humorloos, bedolven onder git…

De participatiewet

We zaten in bad. Zoals bijna dagelijks zat ik me op te winden over het systeem. De overheid doet aan sociaalvangnetbeleid maar ik noem het liever asociaalvalnetnietbeleid. Je krijgt duizend euro, of (veel) minder en wordt geacht niet alleen je bek te houden (nope), uiteraard erg dankbaar te zijn (check) maar dan: de p a r t i c i p a t i e w e t. Mensen, is de sec definitie van deelnemen aan iets er onderdeel van zijn, ergo: participeren aan de samenleven betekent ademhalen en mens zijn, basically. Mijn opwinding zette ik kracht bij met een scheet, wat me op de volgende metafoor bracht: ‘De participatiewet,’ zei ik, ‘is te versimpelen tot “jij krijgt geld, maar dient je bewust te zijn van je – weliswaar verlaagde – positie in de maatschappij, moet je verplicht weten deel te nemen aan de samenleving middels lepels vouwen met behoud (of tegenwoordig zelfs korten (want je kunt werken…)) van je uitkering en we dwingen je graag tot werken door ’m van je af te nemen (pro-actief begeleiden naar de arbeidsmarkt noemt het UWV dat), je hebt meldplicht van langer dan een week naar het buitenland gaan en nog een scala aan plichten en matige rechten, maar je moet dankbaar zijn en je muil houden… [nu komt mijn metafoor] dat voelt als een dampende hoop stront in de pot leggen (waarbij je lichaam van jou in de overheid verandert), vervolgens een biljet van honderd euro in die drol steekt en eist: je mag niet stinken!”’ Nou, dat dus.

Accepteren en loslaten

Vandaag verloor ik € 70,-. Twee briefjes van 20. Drie van 10.
Ik was in kleermakerszit een sigaret gaan roken toen ik moest wachten op een afspraak. De vrouw die me hielp zoeken, moest bijna huilen. Ik zei dat ik heel goed ben in accepteren en loslaten. Ze zei dat dat een mooie eigenschap is, maar ook dat ze het ontzettend rot voor me vond. Ik zei dat ik goed ben in accepteren en loslaten. Ze zei dat zeventig euro veel geld is. Ik zei dat ik het had geaccepteerd en losgelaten. Ze zei dat het zonde was. Ik zei dat het maar geld was, dat geld me minder interesseert dan het huwelijk van Patricia Paay (De Weekend). Ze zei dat ze het knap van me vond. Ik zei dat erover klagen me alleen maar tijd zou kosten en verspilde energie zou zijn. Ze zei dat ik een mooi mens was. Ik zei u ook.

De juiste woorden – ft. Jelmer van Lenteren (Robin Haijes)

@robinhaijes made this amazing song inspired by a poem I wrote.

De juiste woorden

We zijn zomaar ergens, ergens waar het warm is
en waar het licht naar binnen schijnt. Zij draagt de taal
als een hoed en wordt er chiquer van.

Ze praat over de mooiste koetjes en de liefste kalfjes
met een accent dat als een blote jurk om haar lichaam hangt.

Wat ze niet zeggen durft, verdwijnt in haar decolleté.
Dan zucht ze een ketting rond
haar nek.

Ze zegt iets intelligents als: een mooie man hebben
is niet vereist, maar strekt tot aanbeveling.
Dat wat ze zegt verwordt tot wollen sjaal.

Ze stapt rond in haar versprekingen als op hoge, zwarte hakken
op een witte vloer. Ik zie haar schone ondergoed
als ik haar later die avond de mond snoer.

Een setje juiste woorden.

Back to Top