Blik op de teloorgang

Daar ik met droge ogen aan kan zien hoe ik blind word
schreeuw ik als een ongehoorde gek in mijn woestijn.

Waar droogte normaal is, gebiedt de eerlijkheid
dat wat wie observeert wel weten kan te melden:
vocht en zicht zijn geen communicerende vaten.

Gelaten tranen vragen om een pink. Voordeel
bij dit nadeel is dat kleurenblind klinkt als oefenen.

Vinger aangeboden, hand genomen en verder
kan ik het wel schudden. Poolshoogte is onnodig
zolang ik een pols heb. Zolang het klopt, blijf ik binnen.

Het wordt waziger te raden wat zich op ooghoogte bevindt
en vager duidelijk te maken hoe ik anders was als kind.

Gemakkelijk de vrager een oogje in het zeil te houden
uit te leggen dat waar mogelijk en nodig ik er twee heb
om te schenken, ze niet terug hoeven worden te geven.

Het echter van belang is te beseffen dat verwachtingen
zullen leiden tot teleurstelling. Dobbelsteenhard.

Een toekomstperspectief dat niet per definitie lief is
hoeft nog niet het einde in zicht op te doen doemen
hoewel het lastig wordt het tunnellicht te zien.

Zorgen voor later dat allang begonnen is; door de vingers
hoeft niet meer. Niks knijp ik nog weg.

Met het zwart in de knip ben ik erbij als een kip.
Normaal gezien vallen dood en blind zijn samen.
Dit is mijn bericht: kijk, ik ben te vroeg gedicht.

Back to Top