X

Eén van de eerste dingen die X vertelde was dat ze op haar twaalfde het contact met haar vader verbrak. Tijdens een andere gelegenheid citeerde ze haar moeder:
‘Mensen met een uitkering krijgen veel te veel geld. Ze hebben allemaal een tv en vaak zelfs een auto.’
X zei het niet per sé met haar eens te zijn. Of het verbroken contact met haar vader verband hield met de scheiding van haar ouders, bleef onduidelijk.

X was net een paar weken geleden ‘uit de kast’ gekomen bij haar gehele familie, dus een plotse, op het oog toch heteroseksuele relatie kwam haar bijzonder slecht uit, qua timing.
Dit was voor X afdoende iedereen in het ongewisse te laten over de relatie. Niet voor even of tot het haar uitkwam het er eens met haar moeder, broertje en zusje, en later de rest van wie ze had verteld lesbisch te zijn over te hebben. Nee. X hield de relatie geheim. Tot op de dag van vandaag heeft ze er geen familie- of gezinslid over in vertrouwen genomen.

Aparte gewoontes, dat was op z’n zachtst gezegd wat X erop na hield. Zo maakte ze webcamfoto’s van wanneer ze aan het huilen was – hele series had ze, computermappen vol. Als het op het droog houden aankwam, verloor X het van praktisch iedereen.
Later bleken veel van die tranen verspild vocht, meestal opgewekt en voortvloeiend uit geveinsd verdriet.

Uiteindelijk heeft X nooit een duidelijke of plausibele reden gegeven voor de breuk met haar vader. Enkel dat het niet met mishandeling of erger te maken had, wilde ze erover loslaten wanneer een situatie zich voordeed dat er naar details werd doorgevraagd.
Een vriend van X zei eens:
‘Ze geilt op drama. Eerst creëert ze het, daarna lijkt ze erin te slagen te vergeten dat zij de aanstichter is om vervolgens de gebeten hond te spelen, en te blijven spelen uitentreuren.’
Het zou niemand verbazen moest X als twaalfjarig meisje ook al zo zijn geweest…

In het begin deed X zich voor als zeer zorgzaam type. Ze kookte. Weliswaar alleen maar diepvriesgroenten met rijst of aardappelen. Toch, ze kookte. Voor een vegetariër was echter geen ruimte. Er zat kip in de blikken soep, of balletjes en de door haar van tevoren gevulde borden waren voorzien van gebakken spekjes. Ongevraagd verwerkte ze gehakt door de aardappelpuree. Van respect voor vegetarisch eten was geen sprake.
Eén van de weinige pluspunten aan X was dat ze zelf niet veeleisend was op eet- of drinkgebied. Wat dat weer meer dan opheft, was haar scala aan verwachtingen en niet zelden irreële verlangens van de mensen om haar heen.

X droeg harembroeken, felgekleurde rokken of soms simpele jeans met daarboven witte shirtjes, casual truien en vesten. Van make up hield ze niet. Althans, in het begin. Later moest er vaak dieprode lippenstift worden aangebracht. Op de kritiek dat dat haar gezicht vreselijk bleek maakte, leek ze vooral dankbaar te reageren.
Ze scheerde haar oksel- en schaamhaar niet, omdat dat juist in deze tijd tegendraads was. Met haar dachten heel veel meisjes er zo over. Terecht, natuurlijk. Tegendraads? Mwah.

Jaren later, lang na de relatie gaf ze gehoor aan het verzoek een groot deel van de spullen die ze had gehouden terug te moeten geven. Tijdens het korte bezoek viel vooral haar zwarte, jarenzeventigachtige broekpak op. Bijna chic. Ietwat misplaatst. Afgrijselijk lelijk.
X was ongemakkelijk, stelde zich niet voor, brabbelde wat over de spullen die nat waren geworden en in de kelder hadden gestaan.
Het leek haar allemaal niet snel genoeg afgehandeld te kunnen zijn.

Toen het nog leuk was, of leek, voelde zo je wil, brandde X aan de lopende band wierook, zette continu thee en bepaalde de muziek. Ze werd er onhebbelijk van na twee seconden te horen te krijgen welk liedje of album van welke artiest ze aan had gezet. Voor haar leek muzieksmaak en zeker muziekkennis een competitie.
Een competitie die ze glorieus verloor. Geheel tegen dat wat ze tot voor die tijd gewend was in.

Zelfs tijdens de hele situatie met dat teruggeven van de spullen werd het weer kraakhelder hoeveel X om zichzelf en haar eigen verdriet en zielig gevonden worden gaf; ondanks de toezegging alles terug te geven – naast een door haar nooit aangeraakte platenspeler en een mengpaneel vooral heel veel platen – bleek algauw dat ze evenveel platen gehouden als teruggegeven had.
Er moest nog een afspraak komen. In de mailconversatie daarover viel X melodramatisch en lachwekkend hard door de mand. Niet alleen waren haar e-mails tegenstrijdig met eerdere e-mails of uitspraken in het echt, zelfs binnen haar reacties zaten paradoxale, zichzelf volledig tegensprekende zinnen die vooral gingen over aan de ene kant haar emoties en aan de andere kant haar emoties.

‘X geilt op drama.’

Toen het eindelijk gelukt was haar zover te krijgen dat ze écht alles terug zou geven (op voorwaarde dat ze voorgoed met rust gelaten zou worden en zij eenmaal een tijdstip en locatie zou noemen waarop het moest geschieden of anders was het pech) leek ze niet door te hebben hoe verlossend haar ‘eis’ voor altijd met rust gelaten te worden overkwam.
De tijd en locatie waren de dag na haar toezegging en waren zeer specifiek. Een drugsdeal was er niks bij.

X en haar nieuwe vriendinnetje zwaaiden vanaf de plek waar ze een bijna volle verhuisdoos en een niet eerder teruggegeven, ook gevuld platenkoffertje hadden neergezet.
Op de hoek bij een boom.

Ze maakten zich uit de voeten toen duidelijk werd dat ze waren gezien. Laf, schijnheilig, smerig en onmenselijk was de actie.
Vier woorden die X perfect omschrijven.

Stilstand is vooruitgang

De tijd is mijn lichaam nu. Hier rekt het zich uit
als na een korte meditatie: langer kan het niet.
In die houding sta ik stil.

Pezen trekken, slierten kauwgum vlak
voor ze loslaten. Spieren spannen zich aan
lappen momentum aan hun laars. Botten
kraken en elk gewricht in mij kent zijn taken.

Zo moet dit straks nu eenmaal zijn gegaan –
niet gapen, van slag raken, me dik maken –
dan pas is daarstraks niet helemaal voor niets
geweest wat het was, waar de waarheid lag.

Het laatste wat ik nastreef is gemiddelden
of toegeven hoe alomvattend ik faal, laat staan
beseffen dat het is als met de analyse van proza.

De tijd die mijn lichaam is geworden deel ik niet op
in leeftijd en geleefde tijd zodat de logica leidt
tot een getal en abnormaal onleesbaar boek
dat geen hond koopt, de ramsj overslaat

en opgestapeld eindigt in de kruipruimte
van het verhaal. Daar zal het zich vergeten
weten, tot zelfs dat is vergaan. Ontspannen
zie ik de nutteloosheid van mezelf beslaan.

Back to Top