Wat je achterlaat

Er is een lege plek, ter grootte van precies mijn lijf.
Elke dag opnieuw gaat deze lege plek op reis.

Ze staat tegen het eind van de middag uit mijn lichaam op
daalt de trap af en verlaat het huis. Op straat ziet niemand haar.

Ze heeft voldoende ruimte op haar weg naar het station.
Een druk perron verraadt dat zij de hoek is waar niemand staat.

Wanneer de trein vertrekt kan ze zich niet meer verschuilen.
Het is een lange rit. Ze zoekt en vindt een plaats. Ze zit.

Weliswaar onzichtbaar en slechts een enkeling die erop let:
de stoel waarop ze plaatsnam, blijft volledig onbezet.

Totdat ze uitstapt en haar reis vervolgt.
Om uren later pas de nacht door te kunnen brengen

in jouw bed. Ze krult zich om je heen en houdt je stevig vast.
Zo zorgt ze dat je nooit alleen bent.

Je merkt er weinig van, maar ze is er echt.
Zoveel leegte naast je dat een ander mens niet past.

’s Ochtends moet ze haasten, is ze vroeg weer weg.
Ze neemt de route van de dag ervoor, ditmaal andersom.

Ze stormt mijn kamer binnen, ziet mijn lichaam zitten.
Wachtend. Het deel van mij dat altijd blijft.

Ze laat zichzelf weer in me achter
en verdwijnt.

Back to Top