Blik op de teloorgang

Daar ik met droge ogen aan kan zien hoe ik blind word
schreeuw ik als een ongehoorde gek in mijn woestijn.

Waar droogte normaal is, gebiedt de eerlijkheid
dat wat wie observeert wel weten kan te melden:
vocht en zicht zijn geen communicerende vaten.

Gelaten tranen vragen om een pink. Voordeel
bij dit nadeel is dat kleurenblind klinkt als oefenen.

Vinger aangeboden, hand genomen en verder
kan ik het wel schudden. Poolshoogte is onnodig
zolang ik een pols heb. Zolang het klopt, blijf ik binnen.

Het wordt waziger te raden wat zich op ooghoogte bevindt
en vager duidelijk te maken hoe ik anders was als kind.

Gemakkelijk de vrager een oogje in het zeil te houden
uit te leggen dat waar mogelijk en nodig ik er twee heb
om te schenken, ze niet terug hoeven worden te geven.

Het echter van belang is te beseffen dat verwachtingen
zullen leiden tot teleurstelling. Dobbelsteenhard.

Een toekomstperspectief dat niet per definitie lief is
hoeft nog niet het einde in zicht op te doen doemen
hoewel het lastig wordt het tunnellicht te zien.

Zorgen voor later dat allang begonnen is; door de vingers
hoeft niet meer. Niks knijp ik nog weg.

Met het zwart in de knip ben ik erbij als een kip.
Normaal gezien vallen dood en blind zijn samen.
Dit is mijn bericht: kijk, ik ben te vroeg gedicht.

X

Eén van de eerste dingen die X vertelde was dat ze op haar twaalfde het contact met haar vader verbrak. Tijdens een andere gelegenheid citeerde ze haar moeder:
‘Mensen met een uitkering krijgen veel te veel geld. Ze hebben allemaal een tv en vaak zelfs een auto.’
X zei het niet per sé met haar eens te zijn. Of het verbroken contact met haar vader verband hield met de scheiding van haar ouders, bleef onduidelijk.

X was net een paar weken geleden ‘uit de kast’ gekomen bij haar gehele familie, dus een plotse, op het oog toch heteroseksuele relatie kwam haar bijzonder slecht uit, qua timing.
Dit was voor X afdoende iedereen in het ongewisse te laten over de relatie. Niet voor even of tot het haar uitkwam het er eens met haar moeder, broertje en zusje, en later de rest van wie ze had verteld lesbisch te zijn over te hebben. Nee. X hield de relatie geheim. Tot op de dag van vandaag heeft ze er geen familie- of gezinslid over in vertrouwen genomen.

Aparte gewoontes, dat was op z’n zachtst gezegd wat X erop na hield. Zo maakte ze webcamfoto’s van wanneer ze aan het huilen was – hele series had ze, computermappen vol. Als het op het droog houden aankwam, verloor X het van praktisch iedereen.
Later bleken veel van die tranen verspild vocht, meestal opgewekt en voortvloeiend uit geveinsd verdriet.

Uiteindelijk heeft X nooit een duidelijke of plausibele reden gegeven voor de breuk met haar vader. Enkel dat het niet met mishandeling of erger te maken had, wilde ze erover loslaten wanneer een situatie zich voordeed dat er naar details werd doorgevraagd.
Een vriend van X zei eens:
‘Ze geilt op drama. Eerst creëert ze het, daarna lijkt ze erin te slagen te vergeten dat zij de aanstichter is om vervolgens de gebeten hond te spelen, en te blijven spelen uitentreuren.’
Het zou niemand verbazen moest X als twaalfjarig meisje ook al zo zijn geweest…

In het begin deed X zich voor als zeer zorgzaam type. Ze kookte. Weliswaar alleen maar diepvriesgroenten met rijst of aardappelen. Toch, ze kookte. Voor een vegetariër was echter geen ruimte. Er zat kip in de blikken soep, of balletjes en de door haar van tevoren gevulde borden waren voorzien van gebakken spekjes. Ongevraagd verwerkte ze gehakt door de aardappelpuree. Van respect voor vegetarisch eten was geen sprake.
Eén van de weinige pluspunten aan X was dat ze zelf niet veeleisend was op eet- of drinkgebied. Wat dat weer meer dan opheft, was haar scala aan verwachtingen en niet zelden irreële verlangens van de mensen om haar heen.

X droeg harembroeken, felgekleurde rokken of soms simpele jeans met daarboven witte shirtjes, casual truien en vesten. Van make up hield ze niet. Althans, in het begin. Later moest er vaak dieprode lippenstift worden aangebracht. Op de kritiek dat dat haar gezicht vreselijk bleek maakte, leek ze vooral dankbaar te reageren.
Ze scheerde haar oksel- en schaamhaar niet, omdat dat juist in deze tijd tegendraads was. Met haar dachten heel veel meisjes er zo over. Terecht, natuurlijk. Tegendraads? Mwah.

Jaren later, lang na de relatie gaf ze gehoor aan het verzoek een groot deel van de spullen die ze had gehouden terug te moeten geven. Tijdens het korte bezoek viel vooral haar zwarte, jarenzeventigachtige broekpak op. Bijna chic. Ietwat misplaatst. Afgrijselijk lelijk.
X was ongemakkelijk, stelde zich niet voor, brabbelde wat over de spullen die nat waren geworden en in de kelder hadden gestaan.
Het leek haar allemaal niet snel genoeg afgehandeld te kunnen zijn.

Toen het nog leuk was, of leek, voelde zo je wil, brandde X aan de lopende band wierook, zette continu thee en bepaalde de muziek. Ze werd er onhebbelijk van na twee seconden te horen te krijgen welk liedje of album van welke artiest ze aan had gezet. Voor haar leek muzieksmaak en zeker muziekkennis een competitie.
Een competitie die ze glorieus verloor. Geheel tegen dat wat ze tot voor die tijd gewend was in.

Zelfs tijdens de hele situatie met dat teruggeven van de spullen werd het weer kraakhelder hoeveel X om zichzelf en haar eigen verdriet en zielig gevonden worden gaf; ondanks de toezegging alles terug te geven – naast een door haar nooit aangeraakte platenspeler en een mengpaneel vooral heel veel platen – bleek algauw dat ze evenveel platen gehouden als teruggegeven had.
Er moest nog een afspraak komen. In de mailconversatie daarover viel X melodramatisch en lachwekkend hard door de mand. Niet alleen waren haar e-mails tegenstrijdig met eerdere e-mails of uitspraken in het echt, zelfs binnen haar reacties zaten paradoxale, zichzelf volledig tegensprekende zinnen die vooral gingen over aan de ene kant haar emoties en aan de andere kant haar emoties.

‘X geilt op drama.’

Toen het eindelijk gelukt was haar zover te krijgen dat ze écht alles terug zou geven (op voorwaarde dat ze voorgoed met rust gelaten zou worden en zij eenmaal een tijdstip en locatie zou noemen waarop het moest geschieden of anders was het pech) leek ze niet door te hebben hoe verlossend haar ‘eis’ voor altijd met rust gelaten te worden overkwam.
De tijd en locatie waren de dag na haar toezegging en waren zeer specifiek. Een drugsdeal was er niks bij.

X en haar nieuwe vriendinnetje zwaaiden vanaf de plek waar ze een bijna volle verhuisdoos en een niet eerder teruggegeven, ook gevuld platenkoffertje hadden neergezet.
Op de hoek bij een boom.

Ze maakten zich uit de voeten toen duidelijk werd dat ze waren gezien. Laf, schijnheilig, smerig en onmenselijk was de actie.
Vier woorden die X perfect omschrijven.

Stilstand is vooruitgang

De tijd is mijn lichaam nu. Hier rekt het zich uit
als na een korte meditatie: langer kan het niet.
In die houding sta ik stil.

Pezen trekken, slierten kauwgum vlak
voor ze loslaten. Spieren spannen zich aan
lappen momentum aan hun laars. Botten
kraken en elk gewricht in mij kent zijn taken.

Zo moet dit straks nu eenmaal zijn gegaan –
niet gapen, van slag raken, me dik maken –
dan pas is daarstraks niet helemaal voor niets
geweest wat het was, waar de waarheid lag.

Het laatste wat ik nastreef is gemiddelden
of toegeven hoe alomvattend ik faal, laat staan
beseffen dat het is als met de analyse van proza.

De tijd die mijn lichaam is geworden deel ik niet op
in leeftijd en geleefde tijd zodat de logica leidt
tot een getal en abnormaal onleesbaar boek
dat geen hond koopt, de ramsj overslaat

en opgestapeld eindigt in de kruipruimte
van het verhaal. Daar zal het zich vergeten
weten, tot zelfs dat is vergaan. Ontspannen
zie ik de nutteloosheid van mezelf beslaan.

Oneliner

Ze zeggen: goeie speed is nat wat geel, droog behoorlijk wit, maar aan het einde van de lijn of rit, als je maand- zo niet jaren op een aantal grammen waar de meesten maandenlang van doen zit, blijkt het spul zo in en inktzwart, humorloos, bedolven onder git…

Anarchistische verzen

(een louter adviserend manifest)

er zijn géén regels
veel witregels
enkel kleinkapitaal
geen interpunctie geen punt
regelafbrekingen toegestaan
afbraak van de macht gewenst
zwart-witverdeling 50/50
kleurgebruik onnodig
maak van je bladspiegel een chaos
verbeeld het onverbeeldbare
schuw de massa
wees gratis
blijf hard
neem deel
geef alles
solidariteitsbesef is liefde
links krijgt altijd voorrang
kraakhelder taalgebruik is leuk
hermetisch gehannes evenzo
kom binnen als een bom
sla open als een opgestoken vuist
besluit nooit wat

Nu het nog kan

De muziek binnen is niet goed genoeg om bij te gaan staan zweten en staat te hard om met elkaar te praten. Door een samenloop van toevalligheden is er een groep ontstaan. Sommige mensen spraken met elkaar af hierheen te gaan, een aantal is bij toeval voorbij komen lopen en een enkeling kwam alleen.

Ik ben op een afstandje van het gelach, gerook en discussiëren gaan staan. Ik overzie de hele groep, waarbinnen zich weer kleinere groepjes hebben gevormd en die toch eenheid uitstraalt. Ik geniet ervan al deze mensen te zien genieten. Mensen waarvan de meeste goede bekenden van me zijn, een paar goeie vrienden en de rest vanavond op mijn pad zijn gekomen.

Een jongen die ik al een tijdje niet meer heb gesproken, heeft me ooit een heel mooi antwoord gegeven toen ik hem vroeg waarom hij nooit deelnam aan de gesprekken die werden gevoerd aan de bar waaraan we allebei heel wat uren hebben gezeten en gesleten in ons leven. Hij zei

‘Kijk, het is niet dat ik het niet interessant vind of geen mening heb of nooit sociaal wil zijn maar als ik hier binnenkom, ga ik gewoon het allerliefste met een biertje en mijn sigaretten aan de verste kant van de bar zitten, de donkere hoek waar niemand langs hoeft omdat het er doodloopt. Daar ga ik dan eens goed in me opnemen hoe iedereen op zijn of haar eigen manier aanwezig is. Ik neem waar dat er gelachen wordt, zie blije gezichten en soms juist boze of verdrietige. Het is oké. Ik geniet ervan te kijken naar hoe anderen genieten. Ik noem het bar-meditatie.’

Nikki komt naast me staan. Ze zwijgt. We zwijgen samen. Tot ik zeg:
‘Deze manier van observeren heb ik denk ik nog nooit toegepast. Ik ken hem van een vroegere vriend. Normaal maak ik deel uit van de groep, sta ik met iemand woordgrappen te tappen, luister ik naar iemand, troost ik of word ik getroost of giechel ik volgens veel mensen als een meisje.’

Ze blijft stil. Kijkt me aan. Ik voel dat ik door mag vertellen.
‘Ik kan een lijst van duizend dingen maken die ik nog wil doen voor ik blind ben. Dat heb ik niet gedaan en ga ik ook zeker laten. Zomaar plots beseffen dat je naar een groepje staat te kijken, te genieten van iedereens genieten, daar kan geen geplande reis, parachutesprong of wat dan ook maar tegenop. Het gaat denk ik niet om wat ik gemist heb en niet over wat ik uiteindelijk voorgoed zal hebben gemist. Het gaat mij erom dat iets me kan verwonderen. Als ik blind ben zal dat natuurlijk geen foto of film meer zijn. Maar wat blijft, blijft. De muziek, de vogels, de wind, het lekkere eten, de mensen die er voor me willen zijn. De mensen waar ik voor wil blijven zorgen. ‘

Nikki geeft me een knuffel. Ze zegt:
‘Het is heel mooi om te ervaren hoe sterk je bent. Dat je van je zwakte je krachten maakt. Hoe je de dingen uitlegt en ziet.’

Ik bedank haar met een knuffel, en zeg
‘En wat ik zal blijven zien. Want om te zien, zijn ogen maar een heel klein onderdeel van het geheel waarmee je het kan en doet.’

Het is fijn, vind ik, om de mij die ik hier nu sta te zijn zo af en toe te zijn.

De beste activissers

De beste activissers staan aan wal.
Zorg wel dat je niet tussen het slib tongt.
Gezongen liederen zijn beter dan abrupt
afgebroken gezang in kerken. Leugens

schreeuwen om een eerlijke abortuswet.
Het is niet beter, er is geen groener gras :
ook scientology verdient een vraagteken
of tweeduizend. Jaren zijn alleen leuk

als ze bewogen waren op een schurende
geen fatale manier. 2033 moet nog komen
en al was Jezus vast geen visser (kut-Van Veen)
er zal wel iets gebeuren in de vieringstrant.

Het deert zovelen niet. De renaissance was mooi
als het gaat over die van de islam. Joods zijn
is zo menselijk als ieder mens’ leven: je krijgt het
van je moeder. Wie daar iets naars in hoort, kijkt

mijns inziens niet per se de juiste kant op. Hé!
Daar gaat een bom af, er komt nog meer ellende
van. God, wat hoop ik op een jaar zonder aanslag.
Het vliegverkeer voor passagiers wist ’t in 2017

droog te houden. Dat werd potdomme wel tijd
en toch, je weet het niet, wie weet het ooit? Nu
is straks nog straks, straks is nu daarjuist.
Goed, kwaad, God bestaat! (M’n oor suist.)

Bed voor Berry

Als bedden iets hadden om over te praten, te delen
met de mensen of elkaar dan zou wat hier volgt
niet gelogen zijn, berusten op volkomen waar.

Gebeurt dat niet, dan nog is het verhaal dat komt
de moeite waard om mee te delen. Als in: aan jou.

Niemand reserveert een tafel voor twee en beantwoordt
de vraag ‘u bent alleen?’ met ‘ik deel alles, mijn bed
en diners met een verhaal, niet alleen dus nee’.

In een wirwar van herkenning, teruggevallen engelen
rook en dronk, een schokkend, onverstaanbaar vragen
naar het onverklaarbare waarom, kwam een beeld voorbij
dat zich vast heeft geklampt: zweten, doorweekt als een otter.

Oplossing? Een tweede nest. Van zeiknat naar droog naar negen
uur aanwezig op het werk. Dan in omgekeerde volgorde
hetzelfde ritueel. Menopauze, jaar of zes.

Daar nu uit. Al komt na regen vaak meer regen, is windtegen weliswaar
aan welke kant je op wilt onderhevig, geregeld is het bekant
een mensenleven lang een mens doorlopend vaker niet dan wel gegund.

Dus nu ligt op ons matras een vrouw die laatst zo optimistisch was.

Zoals valium gegeven nu even en alles wat kalmeert gezegd is
en herhaald, beloftes gemaakt, zo kan een hoopje van het wenen
bevend lichaam en verdriet gedegen rekenen op ons.

Onzin als de tijd en zijn helen dat wat we willen en weten komt
met geduld – dat mag zich laten hekelen.

Niet graag verkoopt wie zijn leven hoopt te beteren een centje leugen
in de hoop op hoop. Beter loopt wie zoveel zeker weet dat het eng is
te beleven met dat hij voorspellen kan niet naast zijn schoenen weg.

Tot in een wirwar van klaarte, geleerd van zijn fouten, hij
die dat niet in het volste vertrouwen doet uitspreken kan
‘het komt oprecht, écht goed!’

Mitch Henriquez

(naar Martinus Benders)

Er vonden veel van niet, velen juist van wel.
Onwel of niet, de rechter had vier keer water nodig
om zijn laffe, gespannen, haast hoopvolle vonnis
door zijn strot te krijgen. De strot, als thema in dezen

al zo hot. Waar Du Pon het nodig vond te spreken
alsof het tegen een klas peuters was, wij voelden ons
Jippen en Jannekes, de kort gefilmde officieren
van justitie leken hond Takkie en poes Siepie.

Sterk theater, veel gebakken lucht, weinig raak:
Du Pon wist gebeurtenis, gevolgen en meer
zeker drie keer te benoemen. Het falen?

Niet in zijn verschillende verhalen, misschien
in het vonnis zelf nog niet per se. De beraadslaging?

Daar kunnen we niks mee. Ik moet bekennen:

Jan Willem is een zeer bedreven en ervaren oplichter.
Hij deed de goede luisteraar denken, geloven, weten
dat het goed zou komen. Noemde dan heel even
de bijzondere omstandigheden. Een keer of twee.

Dat was voldoende. Een agent kan schuldig zijn
en zelfs bevonden worden aan ernstige mishandeling
met de dood als gevolg. Van samenwerking tussen DH2

en DH1 was sprake, aldus Du Pon. Medeplichtigheid
en reden voor straf. Maar dan… hoe laf? De straf?

Een half jaar voorwaardelijk met proeftijd.
Slechts een jaar. Ook wij hebben een eis:

De gifbeker voor ons lieve wijf Justitia.
Dat hij nooit zou eindigen, de strijd
dat leek ons meer dan logisch.

En toch, hoe jammer is het, hoe pijnlijk
hoe ziek ook dat ons rechtssysteem
zich met dit vonnis niet alleen heeft
onderuitgehaald.

We zitten in zijn kielzog. Bij dezen
verklaar ik op hoogstpersoonlijke titel
aan De Rechtspraak de oorlog.